“Clear Leadership. suataining real collaboration and partnership at work” – Gervase Bushe.

Gervase heb ik een eerste keer ontmoet in 2012 tijdens World Appreciative Inquiry Conference in Gent. In die periode was ik aan het worstelen in mijn onderzoek over vragen rond samenwerking tussen mensen.
Voor mijn bachelorthesis had ik reeds verschillende artikelen van Gervase doorgenomen. Het waren stuk voor stuk inspirerende gedachten. En als je dan voor die man staat, als ‘jonge’ onderzoeker, dan sta je in bewondering voor zo een man met inspirerende ideeën, en zeker op de momenten dat hij echt naar je luistert. In onze babbels heeft hij me dan ook getriggerd om mijn thesis in te sturen voor publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, wat dan ook succesvol gebeurd is. (foto Jan Somers – Waic 2012 Gent)

Als opdracht in zijn boek voor mij schreef hij “to a fellow traveller in the journey of high quality relations.” Het boek was mijn metgezel in mijn zoektocht: Hoe kunnen we in onze samenleving bouwen aan sterke kwaliteitsvolle relaties die ons goed doen? In zijn boek “clear leadership” heb ik enkele hefbomen en quotes gevonden die me op weg gezet hebben. Enkele gedachten uit het boek deel ik graag hier, niet als vaststaande statements die als axioma’s gebetonneerd zijn, maar ik geef ze mee als een opening en uitnodiging om samen na te denken.
Dat samen nadenken is een vorm van partnerschap: “Partnership is a relationship between two of more people who jointly feel responsible for the success of whatever process or project they are engaged in.” Dit moet het vertrekpunt zijn om samen op te weg gaan in welk soort relatie dan ook.

Het verhaal begint als we gaan nadenken over wat is waarheid, wat is kennis. We kennen een objectieve waarheid en een subjectieve waarheid.
De objectieve noemen we doorgaans de enige echte, het is die wat meetbaar is, zonder te vragen naar de kwaliteit van die meter. Het is de wereld van 1+1=2.
De subjectieve is die wat waargenomen wordt vanuit je eigen gevoelens, en alhoewel vaak wordt weggezet als niet bruikbaar in discussies , is deze subjectieve waarheid toch de waarheid waar ik mee leef.
En dan is er nog een derde soort: de intersubjectieve waarheid, de essentie van de sociale waarheid, die we samen gemaakt hebben. En dan denk ik weer aan de woorden van mijn co-promotor: “kennis en waarheid zit niet tussen de oren, maar tussen de neuzen.”

Vanuit de waarheid die het dichtst bij ons aanleunt, onze eigen subjectieve waarheid waar we mee leven, gaan we zin geven aan onze omgeving. Dikwijls een zingeving die ergens onuitgesproken beweegt tussen mensen, of onderhuids bepaalt wat er boven op de huid gebeurt.
Wat Gervase hierbij bedoelt doet me denken aan die grap: Ik rij ‘s avonds met een auto langs een onbewoonde weg. Platte band, en je hebt geen krik. In de verte zie je dan een lichtje branden, en je gaat op weg naar dat huis om een krik te vragen. Onderweg draai je jezelf enorm op: wat als die man zijn krik niet wil uitlenen … wat gaan we dan doen … en zo wandel je verder en geraak je meer en meer opgejaagd, wat als … en dan klop je aan, de man doet de deur open en dan zeg je:”hou je krik maar, ik hoef ze al niet meer!”
je maakt je eigen denkwereld op en die begint werkelijkheid te worden voor jou. Hetzelfde gebeurt aan de koffieautomaat op het werk, werknemers vertellen verhalen over de leidinggevenden en die verhalen worden werkelijkheid. Dat gebeurt ook aan de tafel van directeuren. Zij vertellen verhalen over medewerkers en die verhalen beginnen een eigen leven te leiden. Gervase noemt dat de mush in de relatie, het “moes” zoals in een éénpansgerecht waar van alles in zit zonder dat je het eigenlijk kan onderscheiden of echt duiden. De interpersonal mush verwijst naar de verhalen die wij opmaken over mekaar zonder ze zelf te checken en dit kan dodend zijn in samenwerkingsrelaties, eigenlijk in elke relatie!
Het rare hierbij is, dat deze verhalen doorgaans negatieve verhalen over mensen zijn; heb jij als eens positieve roddels gehoord?

De moeilijkheid hierbij is dat ieder voor zich gelooft dat zijn of haar eigen ervaring ook hetzelfde is als voor de andere persoon en dan kan je niet begrijpen waarom die andere persoon dan toch zo anders doet als jij. Dergelijk vertrekpunt is de grote denkfout, want mijn ervaring is nooit de ervaring van de ander, mijn ervaring is altijd verschillend van de ander, mijn ogen zijn mijn ogen en niet die van de ander, mijn aanvoelen is mijn aanvoelen en niet het aanvoelen van de ander …

En dan moeten we weten dat er geen “echtere” ervaring is. Elke ervaring is even echt, of het nu de ervaring van de CEO is of van de pakjesdrager, of het nu de ervaring is van een eerste minister of van een burger: elke ervaring is even waardevol. En dan zegt de baas tegen je: “ik zal het je nog een keer uitleggen hoe het eigenlijk in mekaar zit”, maar het is en blijft zijn ervaring en die is niet jouw ervaring.
Misschien zou die man niet alleen een krik aan je geven, maar misschien ook meekomen om je een hand te helpen …

De uitdaging: vertrekken van de wetenschap dat ieders ervaring anders is, vanuit een andere blik, vanuit een ander denkpatroon, vanuit andere verlangens en vanuit andere gevoelens.
Hierbij is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid om mekaar de mogelijkheid te geven om wederzijds te spreken over eigen zienswijze, over eigen denkpatronen, over eigen verlangens en over eigen gevoelens. Maar dan moet je eerst jezelf kennen: bewustworden van je zelf. De uitdaging voor elke leider, zeker voor leiders in de gemeenschap, de politieke leiders! Gelukkig kan je dat leren, en daar gaat het vooral over in het boek.

De eerste stap in een intersubjectieve wereld met nieuwe mogelijkheden is bewust worden dat je eigen-eigen-groot-gelijk geldig is in jouw subjectieve wereld, maar niet in die intersubjectieve waar ook het eigen-groot-gelijk van de ander even waardevol is. Jezelf leren kennen is inzien dat jouw ervaring altijd en overal een subjectieve ervaring is, en dat bij geen enkele positie, noch in een bedrijf, noch in een maatschappelijk bestel, jouw ervaring meer waard is dan die van de man of vrouw die voor je staat, ook al heeft die geen tanden, ook al heeft hij centimeter dikke brilglazen, ook al woont hij in het huis aan de boskant of waar dan ook. Het is de uitdaging om, vanuit de wetenschap dat jouw ervaring de ervaring van een subjectieve wereld is, te bouwen aan een gedeelde samengebouwde intersubjectieve wereld. Menen dat jij die objectieve wereld bezit is de grootste denkfout die menig oorlog heeft aangestuurd.

Ben je op zoek naar wat meer inzicht in je eigen ervaringen, dan is dit boek zeker een aanrader, je vindt er handvaten in om stil te staan bij jezelf, bij je eigen-groot-gelijk.
Maar ondertussen zou ik zeggen, ga eens op zoek bij die ander naar dingen die je waardeert (“tracking”) en kijk hoe je samen die dingen kan versterken (“fanning”) richting een betere samenwerking.

delen mag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *