beverconsult/ november 28, 2018/ wetenschappen en nog

Voorbij het evidensbeest

kansen voor een nieuw verhaal

 

In dit verhaal

In dit verhaal
speelt niemand de hoofdrol
maar vullen mensen
en bomen elkander aan

want zonder bomen
is ademloosheid voor de mensen
bomen snakken
naar mensenhanden
die hen strelen en waarderen

ook vogels horen in
deze ruimte thuis
zij beitelen met hun snavel
een ongezongen lied
in de boomschors

de mens slaat vol bewondering
het hele gebeuren gade
en drinkt leven uit de milde gaven
van de natuur

een gedicht van Edith Oyen – (gelezen op een Goei Wei in Houthalen – januari 2016)

Op een koude winteravond, na het TV nieuws met confronterende beelden belanden op een goei wei, zo maar. Mijn gastheer draait even een lamp bij voor meer licht. Daar tussen het groen en de tekeningen een gedicht lezen. Even stil worden.

Op dat ene moment, de essentie ervaren: het verhaal van verwondering voor de generatieve kracht van de gaven uit de natuur, en de verbondenheid met heel je wezen voelen. Het is een sacraal moment dat je wil vastgrijpen, maar tegelijkertijd voel je dat je het niet mag vastgrijpen, maar moet openen naar de wereld.

Het is een moment om even stil te worden.

 

Samen kreunen onder een maatschappelijke burn-out

Tussen die stilte op de goei wei en de TV beelden krijg je kippenvel. Je voelt een onwezenlijke en ongrijpbare druk op heel het maatschappelijk bestel: tektonische spanningsvelden als ondergrondse bedreigingen voor de samenleving [1]. Met angstaanjagende beelden in de nieuwsmedia krijgen deze dreigingen concreet vorm. Een vluchtelingenstroom bij je achterdeur legt druk op het samenlevingsmodel. Een stijgende energiekost, een niet-te-definiëren Peak Oil en een mogelijke black-out zijn de gespreksonderwerpen aan de ontbijttafel. Beklijvende beelden van enorme branden, levensbedreigende overstromingen en ongeziene orkanen tonen op een niet-mis-te-interpreteren wijze dat het klimaat drastisch verandert. De internationale handelsovereenkomsten op basis van de klassieke economische en monetaire modellen staan onder sterke druk. Kortom, het leven op lang-voor-absoluut-aangenomen zekerheden lukt niet meer. Ondertussen liggen de lente- en andere burgeropstanden al wat verder in het verleden, blijken bloeiende samenlevingsbeelden met een opgebouwde welvaart te verdwijnen onder een tsunami van geweld met water, vuur en kogels. Nieuwe revoltes kondigen zich aan. Een bestendige onzekerheid over wat morgen zal zijn knaagt aan ieders bestaan. Onder de huid van het heersende samenlevingsmodel gaat een gevoel van machteloosheid schuil, gekenmerkt bijbehorende stemmingswisselingen van boosheid en wanhoop, waarbij zowel burgers en als beleid stuur- en doelloos om zich heen slaan. Met dat beklijvend gevoel van onzekerheid over de dag van morgen lijkt de hele maatschappij besmet te zijn met één diepgewortelde burn-out. Met deze diagnose hoort de vraag of de apocalyptische beelden van enorme branden, van overstromingen met instortende bruggen, van moeders die met hun kinderen vluchten terwijl ze traangasgranaten moeten ontwijken de symptomen voor onze verwrongen relatie met zijn leefomgeving?

Een burn-out hoeft echter niet te eindigen in een hopeloos doemscenario [2, 3], ook niet bij een maatschappelijke context. Luisteren naar inspirerende verhalen overal in Europa en veel verder leren dat er een toekomst is met nieuwe mogelijkheden. Dagelijks verschijnen publicaties over lokale initiatieven in de samenleving met een ander soort organisaties, over succesvolle transitie initiatieven en veranderingstrajecten, geslaagde burgerinitiatieven met deeleconomie en ruilhandel, bottom-up veranderingsbewegingen en alternatieve maatschappelijke projecten [4-9]. “Er borrelt wat in de onderbuik van de samenleving … het gonst van verrassende ideeën en van structurele oplossingen” [6]. Zijn dit tekenen van de catagenese, de klim naar een nieuwe toekomst, de samenleving 2.0 [1]?

De samenleving is duidelijk op een kantelpunt van een doemscenario of een catagenese: “Heel Europa staat voor de noodzakelijke omslag naar een nieuw samenlevingsmodel” [10]. Hierbij is het grote besef: de mens is het kantelpunt. Als toekomstzoeker heeft de mens de sleutel voor die omslag in handen [E.O. Wilson in 8]. De mens hoeft de verandering niet te ondergaan! Op een godvergeten eiland ondergaat Robinson Crusoe zijn lot ook niet, maar kiest voor een gedeelde toekomst zodat er niet alleen met Vrijdag maar op alle dagen leven zal zijn. Een hoopvolle samenleving 2.0 genereert de mens op basis van één spelregel: “Dat doen waar we zelf beter van worden, waar we zoveel mogelijk geluk voor zo veel mogelijk mensen voor een zo lang mogelijke tijd mee scheppen” [10]. Dat is de uitdaging: de samenleving 2.0, voorbij de burn-out.

Om de spanning in de samenleving 2.0 te verankeren tot een kracht heeft de samenleving behoefte aan een passende en vooral solide sluitsteen: een radicale shift in het kijken naar de wereld [11]. Het is de behoefte aan de blik van Michelangelo zoals op het moment dat er een blok marmer in zijn werkplaats stond. Een ruwe blok marmer stond er, maar Michelangelo zag David. Hij moest het beeld enkel zichtbaar maken, wat hij met passie deed vanaf zijn eerste beitelslag [12].

 

Een wetenschappelijke blik op de wereld

Het dominante kader om de leefwereld te bekijken is de wetenschappelijke insteek. Het is een wereldbeeld gebaseerd op een begrijpen vanuit de wiskunde, de bijbehorende logica en vooral evidence-based kennis: “Scientific theories are different from … other explanations in that scientific theories can be empirically tested using scientific methods” [13]. Het wetenschappelijke denkpatroon start met de opdeling van de leefomgeving in “facts” en “non-facts”. Facts zijn als naakte feiten, als enige observeerbare werkelijkheid voor de wetenschappelijke onderzoekers. Op basis van die facts en hun onderlinge relaties leveren onderzoekers evidence-based kennis: rekken vol met bewezen modellen en beargumenteerde verklaringen, verduidelijkt met evidente tabellen en inzichtelijke diagrammen. Wetenschappelijk verantwoorde methodieken met onder meer popperiaanse falsificaties en andere bewijsvoeringen zorgen ervoor dat deze modellen correct zijn en statistisch alle toevalligheden uitsluiten [14, 15]. Dit laat toe alle bewegingen in het heelal te verklaren, weermodellen te creëren en economische groeimodellen te ontwerpen. Het is de spiegel van een werkelijkheid [16] en voor de toekomst blijft het bij op kansberekeningen gebaseerde modellen en voorspellingen. Op alle maatschappelijke niveaus denken hierdoor mensen de wereld te begrijpen, te kunnen vatten en in staat te zijn om de toekomst te voorspellen, te beheersen en zelfs te managen.

Juist omwille van de efficiëntie en de rechtlijnige duidelijkheid van deze dominante wetenschappelijke methodieken zijn dezelfde technieken de basis om onze sociaal-maatschappelijke context te onderzoeken: binnen de sociaal-maatschappelijke wereld zijn er ook de facts en non-facts, waarbij enkel de facts belangrijk zijn. De training en opleiding in menswetenschappelijke richtingen zijn gekenmerkt door deze pure wetenschappelijke insteek: training in een systematische observatie van facts en de onderlinge voorspelbare relatie tussen de objecten [17]. Vanuit deze wetenschappelijke traditie leveren sociaal-maatschappelijke wetenschappers eveneens bewezen modellen om het doen en laten van de maatschappij, van mensen en van organisaties te verklaren, te voorspellen, beheersen en managen. Hierdoor gebeurt het onderzoek van de sociaal-maatschappelijke context op een wetenschappelijk verantwoorde en correcte manier. Net als in andere wetenschappen krijgen de ontwikkelde organisatie- en maatschappijmodellen bestaanszekerheid op zichzelf en dienen ze als onweerlegbare basis voor aanbevelingen en beleidsbeslissingen.

Er is echter een fundamenteel verschil tussen Copernicus die naar de sterren kijkt en Michelangelo die met een beitel David genereert. Copernicus en alle andere wetenschappers zijn onderzoekers die een onderzoeksobject bestuderen. Michelangelo verlaat het wetenschappelijk denkkader en creëert een samenspel tussen actor en object om iets nieuws te genereren. Klassieke wetenschappers onderzoeken de wetmatigheid van oorzaak en gevolg als verklaring voor het heden. Michelangelo ziet in de wereld van vandaag de mogelijkheden voor een toekomst en is gepassioneerd om die toekomst vandaag al te realiseren. Michelangelo is niet de afstandelijke onderzoeker van een ruwe blok steen, hij is de betrokken actor midden in het verhaal, hij is deelgenoot en creator van de nieuwe wereld. Net als Michelangelo hebben sociaal-maatschappelijke wetenschappers een uitdaging die verder gaat dan het wetenschappelijk verklaren van het heden. Die uitdaging is werken aan een vernieuwend onderzoek waarmee wetenschappers niet enkel een spiegel voorhouden om te vertellen hoe de radertjes in mekaar haken. Voorbij de naakte feiten, voorbij de vanzelfsprekendheid van de vertrouwde leefwereld, voorbij modellen op basis van oorzaak en gevolg, voorbij het evidence‑based onderzoek kunnen sociaal onderzoekers meer dan een spiegel ook hefbomen en zuurstof aanreiken voor een alternatieve toekomst [17]. Geïnspireerd door de opborrelende toekomstsignalen zijn er kansen om de maatschappij 2.0 genereren, omdat een mens niet alleen overleeft, maar vooral floreert [8]. En hierbij geldt: “What exists is possible” [Kenneth Boulding in 8]. “Yes to the mess” [18].

Een generatieve blik op de wereld

Deze wereld heeft behoefte aan sociaal-maatschappelijke onderzoekers met een denkkader dat voorbij gaat aan het rekenkundige 1 + 1 = 2. Klassieke rekenkundige modellen zijn gebouwd op lineaire denkpatronen met oorzaken en gevolgen als vast scenario. Met statistische technieken onderzoeken wetenschappers de gemiddelden uit het verleden om het gemiddelde van vandaag te verklaren en een gemiddelde toekomst vooruit te stellen. In die zin hebben wetenschappers geen boodschap aan outliers die zich opmerkelijk buiten het gemiddelde bevinden. Wetenschappers hebben behoefte aan een verklarend model, waarbij outliers dan genegeerd worden als vergissingen of statistische toevalligheden [15]. Ook in een sociaal-maatschappelijke context werken onderzoekers met dergelijke lineaire modellen van oorzaak en gevolg, waarbij outliers vergissingen of statistische toevalligheden zijn die niet meegerekend worden. Beleidsmakers nemen dergelijke modellen als de basis voor een wetenschappelijk exact en verantwoord toekomstbeeld, jammer genoeg een gemiddeld toekomstbeeld, zonder de outliers. Op basis van dezelfde wetenschappelijke modellen geven beleidsmakers vorm aan het maatschappelijk kader: het status‑quo van vandaag is de maatstaf voor de toekomst van morgen.

Echter, op het kantelmoment van vandaag ervaart de samenleving een overvloed aan miskende outliers aan beide zijden van het momentum. Outliers zijn misschien storende factoren in statistische berekeningen maar zeker niet in het maatschappelijk gebeuren. Outliers zijn signalen van een andere realiteit vol opportuniteiten voor een alternatieve ontwikkeling [19, 20]. Sociaal-maatschappelijke onderzoekers kunnen het verschil maken door die outliers niet langer te negeren maar naar waarde te schatten, voorbij het status-quo kiezen voor die millimeter beter dan het gemiddelde.

Onderzoekers kunnen deze noodzakelijke stap maar zetten vanuit een andere invalshoek, weg van de opdeling van de wereld in facts en non-facts en weg van een denken in oorzaak en gevolg. Niet alleen met een telescoop of microscoop kijken naar objecten in de leefomgeving, maar als onderzoeker deelgenoot zijn van die wereld. Tegelijkertijd als object en als subject, tegelijkertijd als onderzoeker en als onderzochte, maar vooral en samen met vele anderen co-actor zijn [21]. De blik als onderzoeker is een blik van een deelgenoot die mee verandering genereert. Het is onmogelijk om als onderzoeker de werkelijkheid gewoon te observeren zonder betrokken te zijn. Het object van de onderzoeker komt op de voorgrond en krijgt een waarde. Wat aandacht krijgt groeit [22, 23]. Een wetenschapper die een samenleving benadert met een onderzoeksvraag rond de krachtlijnen binnen die samenleving genereert een verandering in die eigenste samenleving, die nooit meer het zelfde zal zijn [24-26].

De voortdurende wisselwerking van onderzoeker en onderzochte is als een tango waarin partners nieuwe wereld genereren waar onderzoeker en onderzochte samen met anderen van genieten. In een voortdurend wisselende onderzoeksrollen ontwikkelen onderzoeker en onderzochte samen de gewenste verandering [27]. Het is zoals bij Michelangelo die met een generatieve blik niet de ruwe steen maar David ziet en creëert. Het is de machtige eik zien in die kleine eikel [28]. Die nieuwe blik op de wereld is generative intelligence. Het is de kunst om met waardering in de oude vertrouwde en vanzelfsprekende wereld een oog en een hart hebben voor nieuwe mogelijkheden. Dit is zoals appreciative intelligence maar met nog meer de nadruk op de generatieve kracht ervan [28]. Het is niet een blik die gebaseerd op statistische kansberekening of “probabilities”, maar een inzicht met een oog en vooral een hart voor nieuwe mogelijkheden en opportuniteiten of “possibilities”. De wereld bestaat niet langer uit facts, onderscheiden van non-facts, waarbij oorzaak en gevolg het trajectverloop vastleggen. De wereld is nu een conglomeraat van nieuwe mogelijkheden waaruit de co-creatie van een bloeiende toekomst opborrelt [9, 20, 25].

De leefcontext beleven in al zijn potentialiteit ontstaat in de relativering van de eigen kennis en wijsheid [26, 29]. Dit betekent afstand nemen van het eigen vertrouwde en voor evident aangenomen denkkader. Het is met kinderlijke verwondering kijken naar de dingen en mensen [30]. Eerder dan gebetonneerd zijn in zekerheden, betekent generative intelligence open staan met oog en hart voorbij de grens van eigen vertrouwde ervaringen en zekerheden: in je eigen hoofd en hart gastheer zijn voor wat de andere aanbiedt [31].

De revolterende democratiseringsboodschap van mei 1968 klinkt nog na: er is niet iets met een absoluut bestaansrecht waaraan al de rest wordt afgemeten; er is niet iets als een absolute waarheid als maatstaf om alle andere uitspraken te evalueren. Deze noodzakelijke relativering krijgt kans op het kruispunt van wisselende en gedeelde perspectieven van deelgenoten in de sociaal-maatschappelijke context. De enige werkelijkheid die er is en die er toe doet, creëren mensen samen in een gedeelde leefomgeving [32]. In dit proces van ontmoetingen speelt de kwaliteit van de relatie een belangrijke rol [21]. Kwaliteitsvolle relaties bloeien doorheen de co-creatie van leerpraktijken, lerende netwerken waarin een onderlinge uitwisseling de generator is van kiemkracht en zuurstof voor ontwikkeling en groei [4, 20, 33, 34]. Samenwerking vanuit kwaliteitsvolle relaties vormt het begin van een nieuwe leefcontext met openheid voor een toekomst. Hierbij is kennis, expertise en ervaring niet als het pakket dat iemand in eigendom heeft en al dan niet doorgeeft. Kennis voor de toekomst is een voortschrijdend generatief proces [35]. Kennis zit niet dan niet langer “tussen de oren, maar tussen de neuzen” [21].

 

Waarderende verbinding als generatieve kracht

Een samenlevingsmodel met een vernieuwde relatie tussen mens en zijn leefomgeving heeft geen behoefte aan vragen naar oorzaken en fouten. Het nieuwe wereldbeeld omvat een subtiel relationeel gebeuren als een generatieve tango van mens en leefomgeving met vragen als “Waarvan in onze leefomgeving willen we meer?” of “Welk toekomstbeeld van onze samenleving verlangen we?” en “Wat kunnen we hier samen mogelijk maken?” [27].

Dit onderzoek ontwikkelt zich midden in het sociaal-maatschappelijk gebeuren van elke dag. De noodzakelijke kennis hierover komt vanuit de mensen die er deel van uitmaken, de echte stakeholders [36]. Zij zijn de experts inzake de eigen samenleving, de wereld die ze verlangen en de opportuniteiten die aanwezig zijn. De humble inquiry [26] naar gedeelde dromen en verlangens. De dromen van kinderen en kleinkinderen beluisteren brengt niet alleen de weten-schap boven water maar genereert de energie om vandaag in de transitie te stappen om de wereld van morgen mogelijk te maken. Dit gaat over vuur in de ogen van mensen als ze vertellen over hun hoop en droom voor een toekomst. Dat kleine vuur heeft behoefte aan zuurstof om de maatschappelijke verandering in vuur en vlam te zetten [4, 37].

Dergelijke maatschappelijke verandering met vertellen van en luisteren naar mekaars verhalen betekent een dubbele onderzoeksbeweging met een enorme verantwoordelijkheid voor de leiders in deze wereld: tracking of het zoeken van sporen van meer leven en welzijn en vervolgens fanning of die beginnende kleine vonk van meer leven en welzijn aanwakkeren [33]. Tracking en fanning versterken de verbinding met anderen in het gezamenlijk onderzoek van wat waardevol in de eigen leefwereld en kunnen een begin van een nieuwe toekomst zijn, voorbij het evidensbeest dat alleen maar gaat voor een status-quo!

 

De kanteling naar een hoopvolle morgen

Een onderzoek naar oorzaken kan ver gaan zoals bij de vraag of de uitvinding van het wiel aan de basis ligt van het fileleed van vandaag. Burgers hoeven niet terug de geitenwollen sokken aan te trekken en met de stootkar naar het veld te gaan. Ver weg van het onderzoek naar oorzaken zorgen tracking en fanning voor een uitdagender beweging: sporen in de samenleving getuigen van een creatieve geest van burgers [6]. Lokale gemeenschappen transformeren diepgaand. Co-housing, community- en stadsboerderijen zijn nieuwe samenlevingsvormen. Los van de klassieke organisatieculturen ontstaan diverse burgerbewegingen, zoals bijvoorbeeld Hart boven Hard. Media spreken over de Klimaatexpress, over vrijdag zonder vlees, over Eva en vele andere lokale initiatieven en recent de gele hestjes. Verder krijgt het vrijwilligerswerk meer en meer aandacht bij de burgerbevolking. De economie krijgt een andere gedaante door nieuwe samenwerkingsvormen zoals crowdfunding, coöperatieve ondernemingen, repaircafé’s, weggeefwinkels, autodelen en andere niet op winst gerichte activiteiten. Tegelijkertijd groeit er stilaan maar zeker een maatschappelijk draagvlak voor een basisinkomen. Meer dan eens is er de vraag om welvaart en vooruitgang te meten op een andere manier dan op basis van het BNP, waarbij welvaart stilaan terrein inruilt voor meer welzijn.

Deze lokale veranderingen geven uiting aan het verlangen van mensen voor een wereldwijd duurzaam beleid, vooral vanuit het besef dat er geen alternatief is voor onze planeet. Het is een voorbode dat de noodzakelijke kanteling bezig is! Mensen zoeken in alle facetten van hun dagelijks bestaan de verbinding te maken tussen dingen die zij waardevol vinden, wat belangrijk is voor de natuur en wat noodzakelijk is voor het ondernemerschap. Burgers willen vandaag meer dan ooit weten wat ze eten, vanwaar het komt en wie het verbouwd heeft in welke omstandigheden. Zo ook met kledij en andere verbruiksgoederen. Als het gaat over geldzaken willen burgers weten wat hun bank doet met het geld en waar geïnvesteerd wordt met hun spaarcenten. De burger gaat ervoor, omdat het de moeite waard is en eigenlijk gewoonweg levensnoodzakelijk om over die maatschappelijk burn-out heen te geraken.

Hoe zou de samenleving eruit zien als overal in Vlaanderen en Europa mensen lokaal die verbinding maken vanuit de gedeelde zorg voor een toekomstvisie, een visie op mens en maatschappij? De zorg voor de stad, de politiek, kan dan een nieuwe dimensie krijgen. Weg van het wantrouwen en afkeer kan politiek een uitnodiging aan burgers zijn om mee initiatief te nemen in de zorg voor de stad. Samen bouwen aan een partnership waarbij iedereen zich betrokken voelt op het gedeeld belang: een waardevolle toekomst voor de mens dankzij een respectvolle relatie met een leefomgeving die niet oneindig is, maar de kans moet krijgen om mee te groeien. Enige voorwaarden is in je eigen hoofd en hart gastheer zijn voor wat de ander aanbiedt en vertrouwen dat het goed komt. Het is de uitdaging voor de wetenschap om voorbij het evidensbeest te werken aan een ander soort wetenschappelijk onderzoek. Meer dan het statusquo weerspiegelen, hebben onderzoekers de mogelijkheid en de opdracht om vanuit een humble inquiry van kwaliteitsvolle relaties te zoeken naar zuurstof voor de samenleving 2.0.

Literatuurlijst

  1. Homer-Dixon, T., Ten onder te boven. Catastrofe, creativiteit en de vernieuwing van de beschaving. 2006, Utrecht: Uitgeverij Jan van Arkel. 460.
  2. Pines, A. and C. Maslach, Combatting staff burn-out in a day care center: A case study. Child care quarterly, 1980. 9(1): p. 5-16.
  3. Shanafelt, T.D. and J.H. Noseworthy, Executive Leadership and Physician Well-being. Mayo Clinic Proceedings, 2017. 92(1): p. 129-146.
  4. Bouwen, G., Leiden naar talent en bezieling. Energie van mensen verbinden tot teamkracht. 2010, Leuven: LannooCampus.
  5. Cooperrider, D.L., D. Whitney, and J.M. Stavros, Appreciative inquiry handbook. The first in a series of AI workbooks for leaders of change. 2005, Brunswick: Crown Custom Publishing. 430.
  6. Eggermont, N., Climate Express. Sporen van verandering. 2015, Berchem: Eppo.
  7. Hens, T., Het kleine verzet. 2015, Berchem: Epo vzw.
  8. McDonough, W. and M. Braungart, The upcycle, beyond sustainability – designing for abundance. 2013, New Yok: North Point Press.
  9. Verleysen, B., F. Lambrechts, and F. Van Acker, Building Psychological Capital With Appreciative Inquiry: Investigating the Mediating Role of Basic Psychological Need Satisfaction. The Journal of Applied Behavioral Science, 2014. 51(1): p. 10-35.
  10. Holslag, J., Vlaanderen 2055. 2015, Amsterdam, Antwerpen: De Bezig Bij.
  11. Cooperrider, D.L. and L. Godwin, Positive Organization Development: Innovation-inspired Change in an Economy and Ecology of Strengths, in The Oxford Handbook of Positive Organizational Scholarship, K. Cameron and G. Spreitzer, Editors. 2012, Oxford University Press: New York. p. 737 – 750.
  12. Cooperrider, D.L., The 3-circles of strengths revolution. AI practitioner, 2008.
  13. Bhattacherjee, A., Social science research: principles, methods, and practices. 2012.
  14. Earp, B.D. and D. Trafimow, Replication, falsification, and the crisis of confidence in social psychology. Frontiers in Psychology, 2015. 6(621).
  15. Field, A., Discovering statistics using SPSS. 2005, London: Sage Publications Ltd.
  16. Gergen, K.J., From Mirroring to World-Making: Research as Future Forming. Journal for the Theory of Social Behavior, 2014. 46(3): p. 287-310.
  17. Gergen, K.J., Toward Generative Theory. Journal of Personality and Social Psychology, 1978. 36(11): p. 1344-1360.
  18. Barrett, F., Yes to the mess: Surprising leadership lessons from jazz. 2012: Harvard Business Review Press.
  19. Han, J., J. Han, and D.J. Brass, Human capital diversity in the creation of social capital for team creativity. Journal of Organizational Behavior, 2014. 35(1): p. 54-71.
  20. Lambrechts, F., H. Martens, and S. Grieten, Building High Quality Relationships during Organizational Change. Transcending Differences in a Generative Learning Process. The international journal of diversity in organisations, communities & nations, 2008. 8(3).
  21. Bouwen, R., Relational Practices for generative communal organizing: from geel to equador, in Relational Practices, Participative Organizing, C. Steyaert and B. Van Looy, Editors. 2010, Emerald Group Publishing Limited: Bingley. p. 21-40.
  22. Whitney, D.D. and A. Trosten-Bloom, The power of appreciative inquiry: A practical guide to positive change. 2010: Berrett-Koehler Publishers.
  23. Masselink, R., et al., eds. Waarderend organiseren. Appreciative Inquiry. Co-creatie van duurzame verandering. 2008, Gelling Publishing: Nieuwerkerk aan den IJssel.
  24. Cooperrider, D.L. and M. McQuaid, The Positive Arc of Systemic Strengths: How Appreciative Inquiry and Sustainable Designing Can Bring Out the Best in Human Systems. Journal of Corporate Citizenship, 2012. 2012(46): p. 71-102.
  25. Bushe, G.R., Generative process, generative outcome: the transformational potential of Appreciative Inquiry, in Organizational generativity: The appreciative inquiry summit and a scholarshop of transformation, D.L. Cooperrider, et al., Editors. 2013, Emerald Press: Bingley, UK. p. 89-122.
  26. Schein, E.H., Humble Inquiry. The gentle art of asking questions instead of telling. 2013, San Francisco: Berrett-Koehler Publishers, Inc.
  27. Barret, F.J. and R.E. Fry, Appreciative Inquiry. A positive Approach to Building Cooperative Capacity. 2005, Ohio: Taos Institute Publications.
  28. Thatchenkery, T. and C. Metzker, Appreciative Intelligence. Seeing the mighty oak in the acorn. 2006, San Francisco: Berrett-Koehler Publishers, Inc.
  29. Lambrechts, F., et al., Learning to help through humble inquiry and implications for management research, practice, and education: An interview with Edgar H. Schein. Academy of Management Learning & Education, 2011. 10(1): p. 131-147.
  30. Cooperrider, D.L., The Child as Agent of Inquiry. OD Practitioner, 1996.
  31. Lynch, P., et al., Theorising hospitality. Hospitality & Society, 2011. 1(1): p. 3-24.
  32. Gergen, K.J. and M. Gergen, Social Construction. Entering the dialogue. 2004, Chagrin Falls, Ohio: Taos Institute Publications.
  33. Bushe, G.R., Clear leadership: sustaining real collaboration and partnership at work. 2010, Boston: Davies-Black.
  34. Wenger, E., Communities of Practice and Social Learning Systems. Organization, 2000. 7(2): p. 225-246.
  35. Gergen, K.J., Relational Being: A Brief Introduction. Journal of Constructivist Psychology, 2011. 24(4): p. 280-282.
  36. Bouwen, R. and T. Taillieu, Multi-party collaboration as social learning for interdependence: developing relational knowing for sustainable natural resource management. Journal of Community & Applied Social Psychology, 2004. 14(3): p. 137-153.
  37. Bouwen, G. and M. Meeus, Vuurwerkt. Met talent toekomst maken. 2011, Leuven: Lannoocampus.
Please follow and like us: