“Ubuntu, stroom van het bestaand als levensfilosofie”
Een boek van Mogobe RAMOSE, met uit het voorwoord: “een boek … als een oproep om bij te dragen aan de dialoog die waarheid, gerechtigheid en vrede beoogt onder alle kinderen van Moeder Aarde …”

moving circles, never ending

Tussen het schrijven aan een stuk voor mijn PhD-project en een stukje voor het European Congress on Qualitative Inquiry (februari 2020 in Malta), heb ik “ubuntu” korter bij me genomen.

Ubuntu … ik heb het boek niet helemaal doorgelezen. Deels omdat ik wat andere dingen even voorrang wil geven, maar misschien ook omdat het boek moeilijk leest.

Dat laatste zal waarschijnlijk meer aan mij liggen dan aan het boek.
Ubuntu als het Afrikaanse “denken” en “zijn” staat veraf van ons westers denken, en nog verder van ons westers begrijpen van het zijn. Sedert Descartes hebben wij het denken onderscheiden van het zijn, en daardoor hebben wij alles proberen te begrijpen en analyseren. Wij hebben geleerd om objecten en subjecten te onderscheiden tot in hun diepste eigenheid, en de actie tussen die twee hebben wij ook apart gezet. Dat was ook een van de eerste lessen in het basisonderwijs: een zin met betekenis bestaat uit een onderwerp of subject, een werkwoord en een lijdend voorwerp of object. Drie verschillende substanties die tegen mekaar botsen.  Wij hebben de kennis verworven om de hele leefomgeving op te delen in afzonderlijke substanties, sommige met een eigen levenskracht, anders gewoonweg als dode materie, waarbij de ene dan iets doet met de andere, en de toestand van dat andere het gevolg is van de actie van de doener. En daarbij is ons hele denken beheerst door de bewezen wetenschap dat 1 + 1 = 2.

En met die ingesteldheid is het moeilijk om vanuit een andere denkwereld te .. -ja wat?- te zijn? te denken? te bewegen zoals wij in het westen het zijn begrijpen. Een Afrikaan ervaart het zijn niet vanuit het idee dat iets is omdat iemand er iets mee gedaan heeft. Het zijn, “is” niet, maar “wordt”.
Het is noodzakelijk om van het westerse gefragmenteerd denken af te stappen om dit wordend zijn of “zijn-worden” te kunnen aanvoelen, zonder te spreken over begrijpen, want dat “bevatten” we het weer in een afgelijnd iets.

Het verschil in een westers denken en een Afrikaans denken is het verschil tussen een “-isme” en een “-heid”. In ons westers gefragmenteerd denken is alles onderscheiden als een vaststaand iets dat is; het Afrikaans denken ziet meer flow, verbondenheid, beweging, veranderlijkheid omdat niets is wat het is, het is voortdurend in beweging, voortdurend in beweging met de omgeving. En dan spreken we in plaats van “holisme” misschien beter over “holon-heid” , verwijzend naar een voortdurende universele beweging van delen en uitwisselen van levenskrachten. Dat betekent dat we eigenlijk moeten leren om onze zekerheden te verlaten voor een voortdurende onzekerheid over wat er kan ontstaan: een blijvende beweging van een veelvoud van organismen in een heelheid met fundamentele onzekerheid.

Een ander begrip dat ik prachtig vond om te begrijpen is ons woord “competitie”, eigenlijk afkomstig van “com-petere”: “samen zoeken naar de beste oplossing voor het juiste vraagstuk, op de juiste plek in de juiste tijd”  (p. 20)wat zou dat kunnen betekenen voor onze samenleving die veelal gebaseerd is op het strijdmodel met winnaars en verliezers?

Of ook op pagina 33: “mens zijn is je menselijkheid bevestigen door de menselijkheid van anderen te erkennen, en op grond daarvan menselijke relaties met anderen aangaan”. Gewoon mens-zijn is niet genoeg, het gaat om samen mens worden, wat eigenlijk nooit leidt tot een punt waar men “het is” …

Of ook nog op p. 41, en nu begrijp ik iets meer van het afrikaanse dansen op plekken waar wij het niet gewoon zijn zoals bijvoorbeeld in een kerk of bij een begrafenis: “je luistert niet zittend naar muziek” … het is een harmonische beleving van het zijn als worden ….

En dan nog een doordenker op p. 43 “zo gezien is de waarheid iets waaraan je participeert en waar men interactief mee bezig is.” René Bouwen, een co-promotor bij mijn PhD-project, zegt altijd: “de kennis zit niet tussen de oren, maar tussen de neuzen.”

En dan op p. 64: een persoon is niet te definiëren als iets objectiefs meetbaar, er kleeft altijd iets metafysisch aan, iets uit het verleden en verwijzend naar morgen, iets onsterfelijks van kosmische orde waar elk organisme deelheeft.

Uit wat ik gelezen heb kom ik heel dicht bij wat ikzelf aanvoel dat wij met ons individualistisch denken, met daarbij het doorgeschoten neoliberalisme, te diep zitten in ons 1+1=2. Soms voelen we aan dat de werkelijkheid anders is, en dan ook niet meer is maar wordt … en dan moet ik weer denken aan mijn inspirator voor mijn bezig zijn met penseel en verf.

Het boek is een aanrader, maar misschien niet om in één stuk door te lezen, misschien moet het even bezinken, en dat ga ik nu doen (bilzen 2019.12.03).

delen mag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *