Mijn impressies van een boek dat ik in 2007 las. Er zijn toch enkele dingen blijven hangen die hier en daar mijn leven van elke dag wat anders inkleurden.

Zoals altijd, als je een samenvatting van het boek zoekt, dan zal je ontgoocheld achter blijven. Met deze neerslag wil ik meegeven hoe het boek bij mij is binnen gekomen is, en er is blijven hangen.

In 2006-2007 deed ik een doorstart met mijn universitaire studies. Op de leeftijd dat men normaal aan universiteit begint koos ik om andere dingen te doen. In 1989 ontstond dan de Open Universiteit Nederland, gretig als ik was naar een universitair diploma gaf dit nieuw project me de kans om werk en universitaire studies te combineren. Let wel, het was afstandsonderwijs, weliswaar ik een wereld zonder internet. Ik worstelde me door een eerste cursus rond organisaties, gewoon omdat daar mijn interesse altijd lag, hoe mensen zich organiseren en wat dat doet met mensen. Voor die eerste universitaire module was ik geslaagd, maar de werkdrukte nam toe en de tijd voor studie ebde weg. De afstand tussen student en universiteit was dan ook voor een student in afstandsonderwijs, ver, niet zoals vandaag via allerhande tools om digitaal in verbinding te blijven.

Het was het moment van een omslag. Ik zette een punt achter een zeer hectische periode van ruim 13 jaar: eerst in de zware transportsector en dan als manager van een hotel. Tijd om mijn universitaire studies terug vast te pakken. Ik startte mijn eerste cursus in de bachelor Arbeids- en Organisatie psychologie. Het was de toenmalige decaan van de faculteit psychologie, René van Hezewijk die me een boek aanraadde: “Uw Brein als medicijn” van David Servan-Schreiber [1], niet als zwaar wetenschappelijk werk maar wel om de mens vanuit een ander perspectief te zien.

Wat is na meer dan 13 jaar van dit boek blijven hangen wordt goed samengevat in de ondertitel van het boek: “het antwoord op Prozac, seroxat en andere depressiva”.

Als je kijkt naar de mens is er altijd al een strijd geweest tussen het hoofd en het hart. Sommige levende wezens hebben met deze tegenstelling geen moeilijkheden. In een van de andere boeken die ik onlangs las zag je dat nog bij de octopus [2]. De mens dus des te meer. Binnen het wetenschappelijk denken doorheen de eeuwen heen krijgt, tot op vandaag nog steeds, een zeer duidelijk afgelijnd specifiek wetenschappelijk onderzoek de bovenhand. Het begon met Copernicus en Descartes. Zij lieten zien dat met wiskunde en duidelijke rechtlijnigheid de wereld en alles erin kon gevat worden, dus ook de mens dan maar. Met de juiste chemische verbindingen, versterkt met elektrische prikkels van een correct berekende sterkte kon de mens optimaal functioneren in zijn leefomgeving. Maar binnen de mens is er niet alleen chemie er zijn nog andere dingen. Naast het verstand, naast de hersenen is er ook nog het hart, ook met een eigen brein. En tussen het brein van de hersenen en het brein van het hart zit dat klein orgaan, dat in elk levend wezen te vinden is:  de amygdala. Het is het orgaan dat de fight-or-flight reactie aanstuurt.

Het evenwichtige samenspel van het hersenbrein, het hartbrein en de amygdala reguleren de hartcoherentie: de afstemming tussen vertragen en versnellen van het hartritme afhankelijk van in- en uitademen. Je kan daar aandacht aangeven en ervoor zorgen dat die hartcoherentie niet omslaat in een wildwaterbaan, maar rustig op en af beweegt met het ritme van het leven.

Een beetje filosoof dat ik nog ben, deed me rond de werking van de amygdala nadenken. In heel wat levende wezens regelt de amygdala , doorgaans succesvol, de fight-or-flight reactie. Maar de mens is slim, zijn hersenbrein en zijn geest onderscheiden hem van de rest wat werd samengevat in ‘Cogito, ergo sum’.  Zou het kunnen zijn dat het daar wat de foute kant opging, op het moment dat we die succesvolle amygdala inkapselden onder het hersenbrein? Zou het kunnen zijn op dat moment de voortdurende en succesvolle evenwichtsoefening tussen hersenbrein en hartbrein aangestuurd door de amygdala plots verstoord werd? Het emotionele brein was plots zijn pedalen kwijt.

Behalve Prozac,  zijn er toch allerhande therapieën die hierop proberen in te grijpen om zo dat evenwicht wat terug te herstellen: EMDR, lichtenergie, accupunctuur, en zelfs omega-3. Het boek helpt om al deze dingen te plaatsen. Het heeft mij alvast bewuster met dingen leren omgaan, genieten van het zonlicht, wat stilstaan bij mijn voedingsgewoonten. Het heeft me misschien ook de weg gewezen richting mindfulness van Edel Maex [3].

Nog iets wat ik zo losweg onthouden heb uit het boek: het belang van de ervaring van iets te betekenen voor iemand, van te moeten zorgen voor een ander. In zijn advies aan mensen die na hartproblemen ontslagen worden uit een ziekenhuis krijgen zijn patiënten in de eerste plaats niet een lijstje met medicijnen die dagelijks genomen moeten worden. Hij kijkt naar de mensen of zij voor een ander moeten zorgen, voor een partner, of als die er niet meer is, misschien voor een huisdier, en als dat niet mag misschien een goudvis of zelfs een bloem. Een mens moet kunnen voelen dat hij belangrijk is voor een ander, waar hij moet voor zorgen, waar hij een verantwoordelijkheid voor heeft, zelfs al is dat voor een plantje op de venster. Dat doet mensen leven, dat helpt mensen om het evenwicht te bewaken tussen het hersenbrein en het hartbrein. Misschien de zorg voor een ander wat ook de amygdala aanstuurt om te overleven; omdat je moet zorgen voor een ander die je nauw aan het hart ligt.

Een quote? Bij een mijmering van de auteur op de Pont-Neuf in Parijs: “Rivieren zijn levende wezens. Ze zijn net als wij geneigd tot evenwicht, tot de ‘homeostase’ … in feite de zelfgenezing. Wanneer ze (= de rivieren) met rust gelaten en niet meer vergiftigd worden, maken ze zichzelf schoon, zuiveren ze zichzelf” … Levende wezens varen wel bij uitwisseling  … als er een evenwichtige en gezonde uitwisseling is tussen het wezen en zijn omgeving ontstaat er orde en evenwicht … anders is er brak water, afglijdend naar chaos … “de dood is het tegenovergestelde van leven: er is geen uitwisseling meer met de buitenwereld, en het voortdurend herstel van orde en evenwicht dat het leven kenmerkt, maakt plaats voor ontbinding” (p 240-241).

Voor het emotionele brein is die uitwisseling ook noodzakelijk. Het emotionele brein is hongerig naar “de bewegingen van ons lichaam die emoties zijn, de harmonieuze affectieve betrekkingen met degenen die ons dierbaar zijn, en het gevoel op onze plaats te zijn in de samenleving”  (p.248).

Het boek is een aanrader, vooral als je op zoek bent naar dat evenwicht tussen je brein en je hart. Niet zozeer om direct een aantal techniekjes te leren, maar gewoonweg om stil te staan bij je dagelijks bewegen in je leefomgeving.

Literatuur

1.            Servan-Schreiber, D., Uw Brein als Medicijn. 2003, Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgeverijen. 285.

2.            Godfrey-Smith, P., Other minds: The octopus, the sea, and the deep origins of consciousness. 2017, London: William Collins.

3.            Maex, E., Mindfulness. In de maalstroom van je leven. 2006, Tielt: Uitgeverij Lannoo.

delen mag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *